Rasgeschiedenis

Rasgeschiedenis van de Tsjechoslowaakse Wolfhond: Van kruising naar Ras

De poging om een wolf met een Duitse Herder te kruisen werd al sinds 1955 voorbereid. De eerste worp vond plaats op 26 mei 1958 in de kennel z Pohranicni straze in Libìjovice. Bij de kruisingen werden de anatomische en fysiologische verschillen met hun ouders goed onderzocht, evenals de aanleg om afgericht te worden, hun activiteit en uithoudingsvermogen. Gekozen kruisingen werden weer gekruist met niet-verwante Duitse Herders.

Er kwamen eerste resultaten beschikbaar en die werden ook door de deskundigen van de grensbewaking en van de Tsjechoslowaakse Academie der Wetenschappen gepubliceerd. (Over de kruisingen van de Canadese wolvin van de heer L. Saarloos uit Nederland wist men in Tsjechoslowakije toen nog niets). Er doken echter twee vragen op: wanneer eindigt de regeneratie van een Duitse Herder door een wolf en wanneer begint het fokken van een nieuw ras?

In de jaren 1964-1965 werden de eerste resultaten gepubliceerd, en ondanks de bijna hysterische reactie van sommige fokkers van Duitse Herders, bestond toen ook al het idee om een nieuw ras te fokken.

De eerste versie van de rasstandaard werd in 1966 door Ing. K. Hartl geschreven. Op dat moment waren al vier generaties van kruisingen uit de eerste lijn in leven, gesticht door de wolvin Brita en de Duitse Herder Cézar Bøezový Háj. Ook leefden er twee generaties uit de tweede lijn van dezelfde wolvin en de Duitse Herder Kurt Václavka. De toen bestaande organisaties Svazarm en het Tsjechoslowaakse Verbond van Fokkers van kleine dieren (CsschDZ) weigerden deze echter in het stamboek te registreren. De reden hiervoor was het kleine aantal.

De volgende kruising vond plaats in het jaar 1968 in de kennel in Býchory. Het betrof de wolf Argo en de teef Asta, een Duitse Herder, een politiehond. In dezelfde kennel werd ook de tweede generatie van deze lijn grootgebracht. De tussenkruisingen kregen het merk CV = Ceskoslovenský Vlèák = Tsjechoslowaakse Wolfhond. In dat jaar kregen ze echter geen toestemming om in het stamboek geregistreerd te worden, hoewel er bij particuliere houders al 56 kruisingen leefden en bij de gewapende organisaties al meer dan 100. Het volgende verzoek werd in 1976 geweigerd.

In de jaren zeventig werd de fokkerij voortgezet voornamelijk door de militaire instanties in de buurt van Malacky. Deze dienst behoorde tot de Bratislava – brigade van de kennel z Pohranicni straze. Daar werd de populatie verrijkt met een derde wolf: Sarik. In het jaar 1974 werd hij gekoppeld aan de gekruiste vrouwtjes van de derde generatie, Xela z Pohranicni straze en de teef CV (Tsjechoslowaakse Wolfhond) Urta z Pohranicni straze. De heer Frantisek Rosík verbleef toen als officier in Slowakije en hij heeft samen met de heer Ing. Karel Hartl lang gewerkt aan de realisatie van het programma, hij behoorde tot de initiatiefnemers en verdedigers van het fokken van een nieuw ras. De heer Rosík is tot de dag van vandaag erevoorzitter van de Club van Fokkers van de Tsjechoslowaakse Wolfhond in Slowakije.

Pas na lang onderhandelen stemde de Tsjechische Bond van Fokkers toe met het oprichten van de club van fokkers van dit ras en met de inschrijving van de fokkerij in het stamboek. De particuliere teelt werd inderdaad hervat dankzij de nakomelingen van naar Slowakije verplaatste honden.